De Glazen Koets voor Prinsjesdag bestaat 200 jaar: dít is de geschiedenis
28/08/2026
De Glazen Koets viert dit jaar een bijzonder jubileum. Het rijtuig werd precies 200 jaar geleden gebouwd voor koning Willem I en is inmiddels niet meer weg te denken bij koninklijke plechtigheden.
Tijdens de zomeropenstelling van het Koninklijk Staldepartement staat de glazen koets daarom extra in de schijnwerpers. Bezoekers kunnen er onder meer een film over bekijken. De geschiedenis van het rijtuig voert terug tot het begin van de negentiende eeuw en kent meerdere opvallende hoofdstukken.
Gebouwd voor koning Willem I
In 1826 gaf koning Willem I (1772-1843) opdracht voor de bouw van de Glazen Koets. Pierre Simons uit Brussel maakte het opvallend grote rijtuig, dat werd uitgevoerd in marineblauw en afgewerkt met goudkleurige versieringen van laurier- en eikenblad. De bijnaam verwijst naar de glazen platen die de decoraties onder de ramen beschermen. Volgens stalmeester van de koning Hans Veenhuijzen was de productie daarvan destijds technisch ingewikkeld. ‘Het bijzondere is dat deze glazen panelen best een lastig procedé waren om te maken. Het is als het ware 3D-glas gevormd omhoog en in een bocht. En dat dan zonder dat er belletjes zichtbaar zijn in het glas zelf.’
Tekst gaat verder onder de video.
Bekijk ook:
Een vaste rol bij koninklijke momenten
Vanaf 1840 verscheen de Glazen Koets op Prinsjesdag. Later nam de Gouden Koets die taak grotendeels over, al bleef het oudere rijtuig in gebruik bij bijzondere gelegenheden. Koningin Wilhelmina (1880-1962) gaf zelfs de voorkeur aan de Glazen Koets, omdat ze de Gouden Koets te opzichtig en onpraktisch vond. In 1966 gebruikten koningin Juliana en prins Bernhard het rijtuig bijvoorbeeld voor het huwelijk van prinses Beatrix en prins Claus. Sinds 2016 rijdt koning Willem-Alexander tijdens Prinsjesdag opnieuw in de Glazen Koets. Vanaf 2022 gaat ook prinses Amalia met haar ouders mee.
Tekst gaat verder onder de post.
Acht paarden voor de koning
Aan het gebruik van het rijtuig zijn duidelijke regels verbonden. Alleen een vorst, prins of prinses mag in een volledig beglaasde koets zitten. Wanneer koning Willem-Alexander plaatsneemt, worden er acht paarden voor gespannen. Bij andere ritten zijn dat er zes en tijdens oefeningen zijn twee paarden voldoende. Geert Pruiksma, directeur-conservator van Museum Nienoord, ziet de koets als ‘een rijdende troon waarin het staatshoofd zich aan het volk toont’. Ook de uitstraling maakt volgens hem indruk. Aan De Telegraaf vertelt hij: ‘Met zijn monumentale omvang, ingetogen vormgeving en verfijnde uitwerking is de Glazen Koets zeker majestueus te noemen. Mooi is dat de koninklijke familie ook goed zichtbaar is voor het volk door de glazen ramen.’
Ooit meegenomen door de Belgen
De Glazen Koets had ook zomaar voorgoed uit Nederland kunnen verdwijnen. Tijdens de Belgische Revolutie namen de Belgen het rijtuig in beslag. Pas in 1839 kwam het weer in handen van de Oranjes. Pruiksma merkt daarover op: ‘Als dat niet was gebeurd, had de Belgische koning er nu misschien in gereden.’ Binnen het Koninklijk Staldepartement is de Glazen Koets het oudste rijtuig, maar het oudste koninklijke exemplaar is het niet. In Museum Nienoord staat nog een coupé van Willem I uit ongeveer 1815.
Uit andere media