Column: De poorten open
17/05/2026
Deze column komt uit Weekend editie 20.
Als koningin hield Beatrix de luiken het liefst gesloten. De paleispoorten bleven dicht voor de gewone Nederlander. Gesprekken met de pers vonden hooguit off the record plaats. Beatrix wilde de monarchie onaantastbaar laten zijn. Op onaanraakbare hoogte. Waar Willem-Alexander en zijn gezin op Koningsdag kriskras – van dranghek links naar dranghek rechts – over straat gaan, liep Beatrix vooral op het middenpad. Wuivend, op afstand. Er zal zelden iemand teleurgesteld zijn geweest omdat ze alleen de rug van de vorstin zagen. Altijd zichtbaar, maar ook eigenlijk altijd op afstand. Dat gold voor het hele instituut. Voor haar werkpaleis aan het Haagse Noordeinde kwam weer een hek. Niet om tickets te kunnen controleren voor een bezoekje, want voor haar was dit het centrum van de monarchie, waar werd gewerkt en geen mogelijkheden waren om op bezoek te komen.
En zo waren ook de grote houten deuren van de koninklijke wachtkamer bij het Centraal Station in Amsterdam gesloten. Potdicht. Willem-Alexander liet ze juist openzetten. Tegenwoordig zijn de deuren (waar ooit de koninklijke rijtuigen af- en aanreden, de ’porte-cochère’) van glas voorzien. Zo kan iedereen nu al acht jaar binnenkijken en een glimp opvangen van de grote, statige dubbele trap met rode loper, naar de daadwerkelijke wachtkamer aan perron 2. Een koninklijke wachtkamer is als een contradictio in terminis. Royals hoeven toch nooit te wachten? Royals zijn nooit te laat, zelfs niet als ze tien minuten na schema arriveren. Op het station vind je ook nog wachtkamers voor de eerste, tweede en derde klasse. Reizen kostte tijd. Het wachten op de trein ook. En een trein rijdt niet op afroep, maar volgens een dienstregeling.
Zelfs voor een koning of koningin. En dus was er een comfortabele wachtplek op stations in de buurt van de paleizen: twee in Den Haag, een in Amsterdam, een in Baarn en een in Apeldoorn. Enkele jaren geleden werd de koninklijke trein afgeschaft. Het rijtuig voldeed namelijk niet meer aan de veranderende sporen in ons land. En het is ook niet dat het aantal koninklijke ritjes van de afgelopen tijd reden gaf tot het laten bouwen van een nieuw exemplaar. Nee, hij vond het fijn, reist ook graag op deze manier, maar Willem-Alexander gaat voortaan wel met een reguliere trein als de situatie zich voordoet, zo vertelde hij vlak voordat hij in Antwerpen de laatste rit ging maken. Of het in de praktijk gebeurt, is niet bekend.
Het koninklijke rijtuig is een museumstuk geworden en staat nu in het Spoorwegmuseum in Utrecht. Daar is overigens het interieur van een van de koninklijke wachtkamers – die van Den Haag Staatsspoor – ook naar overgebracht. En de wachtkamer van Amsterdam Centraal? Ook dat is in feite een museumstuk op het CS. Deze wachtkamer wordt eigenlijk niet meer gebruikt. Daarom heeft Willem-Alexander de NS dan ook toestemming gegeven er rondleidingen te geven, maar ook de NS-directie mag er tegenwoordig borrelen.
Afgelopen zondag nam ik er zelf eens een kijkje. Het prachtige werk van Pierre Cuypers, met gotische elementen uit zijn katholieke achtergrond die je ook terugziet in zijn andere werk, zoals het Rijksmuseum en de troon waarop Willem-Alexander zijn troonrede voorleest. Zelfs de riante koninklijke plee is te bezichtigen. Maar: die is verboden te fotograferen. Dus mocht u nieuwsgierig zijn, dan moet u echt zelf eens kijken. Net als op Paleis Noordeinde, dat de koning in de zomermaanden ook weer openstelt.
Koninklijke Wachtkamer: cultureleagenda.nl/wachtkamers.
Paleis Noordeinde: koninklijkeverzamelingen.nl/tickets.
Bestel je Weekend met meer royaltynieuws hier en lees hier meer columns van Rick Evers.
Uit andere media