Column: De Alex is terug
15/02/2026
Deze column komt uit Weekend editie 7.
Ruim 25 jaar geleden ging Willem-Alexander op de knie voor zijn Máxima. Op het ijs bij Paleis Huis ten Bosch, tijdens een schaatspartij. Máxima zat maar te wachten op het tweede deel van die Hollandse traditie: warme chocolademelk. Dat kwam niet. In plaats daarvan kwamen er een bos rozen en een fles champagne tevoorschijn. Ze zei ja en de rest is geschiedenis. Het paar doet al 25 jaar zijn best om er aan de ene kant te zijn voor het land, maar aan de andere kant zichzelf zoveel mogelijk af te schermen. Over de persoonlijkheden van hun dochters zeggen ze zo min mogelijk, omdat ze weten dat de drie meiden daar later last van krijgen omdat het elke keer zal worden gebruikt, voor of tegen hen. De persoonlijke momentjes, de oprechte inkijkjes achter de façade, die zijn zeldzaam. Alles is geregisseerd, vastgelegd, voorbereid. Elke vraag vooraf ingediend, waarna ook meegedacht kan worden over de formulering, zodat er daarna geen minister ter verantwoording hoeft te worden geroepen. Elk woord van Willem-Alexander moet een functie dienen, elke blik van Máxima een betekenis. Dat hoort bij het ambt.
Maar wie goed kijkt, ziet dat er plekken zijn waar die controle vanzelf wat losser wordt. Waar het protocol niet verdwijnt, maar toch even op de achtergrond raakt. Tijdens grote sportevenementen, en vooral bij de Olympische Spelen, gebeurt er iets bijzonders met koning Willem-Alexander. Hij is er niet alleen als staatshoofd, niet alleen als supporter, maar ook als liefhebber. En dat zie je. Aan zijn ogen, aan zijn houding, aan de manier waarop hij praat. Tussen schaatsers en atleten komt de Alex tevoorschijn. Geen afstandelijk vorst, maar iemand die het spel kent. Iemand die meeleeft. Iemand die onthoudt. Geen rol die hij hoeft te veinzen. Geen ’Dag meneer Ykema, hoe maakt u het?’ uit de mond van Zijne Majesteit. Nee. ’Ha Jan. Zesendertig zesenzeventig!’ grijnst de Alex in hem. Hij was erbij, toen in 1988 in Calgary. ’Ik zat erbovenop.’ Later horen we Amalia zeggen dat hij ’alle tijden, alle data’ weet. Ook Máxima is onder de indruk. De koning weet wie waar versnelde, waar iemand het liet liggen, wat een persoonlijk record betekende in de context van een toernooi. Alsof hij zelf met een stopwatch langs de baan stond. Hij schudt het zo uit zijn mouw. Dit is niet de ’koninklijke interesse’ die je ziet bij bezoeken in het land. Dit is passie.
Op feestjes, als het even stilvalt, vragen mensen me vaak hoe Willem-Alexander en Máxima in het echt zijn. Ik moet dan eerlijk bekennen dat ik ze veel zie. Ik zie de koning vaker dan mijn moeder. En hij mij waarschijnlijk ook vaker dan zíjn moeder. Maar we kennen elkaar niet. Je kent elkaar professioneel. Correct, vriendelijk, met vaste lijnen en duidelijke grenzen. Hoe vaak ik het ook probeer. De echte mens blijft meestal keurig buiten beeld. Maar bij sport schuift dat gordijn een stukje op. Onder sporters is Willem-Alexander zichzelf. Hij praat met winnaars én verliezers, met dezelfde intensiteit. Hij luistert, stelt vragen, leeft mee. Destijds als prins was hij nog een stuk jonger, toen was hij écht bloedfanatiek. Toen klonk ook het gerucht dat zijn moeder dat liever niet zag, zo hossend en springend tussen de sporters, in plaats van boven hen. Maar die echtheid valt alleen maar te waarderen. Ik denk dat er genoeg momenten zijn waarop Willem-Alexander even een knop moet omzetten. Maar niet in Turijn. ’Hoe is Willem-Alexander in het echt?’ Misschien moet ik voortaan zeggen: ’Kijk niet naar het bordes, maar naar de ijsbaan. Waar de koning even Alex mag zijn. Daar zie je hem zoals hij werkelijk is.’
Bestel je Weekend met meer royaltynieuws hier en lees hier meer columns van Rick Evers.
Foto: Getty Images/Andreas Rentz
Uit andere media